De Dansgigant
Parels voor de Zwijnen i.s.m. De Paardenkathedraal

Dansgigant mist drama en ontwikkeling



Recensie door Judith Blankenberg

“Dansen – lachen – leven” is het motto voor dansschool Ger van Zandwijk: de locatie voor de voorstelling ‘De Dansgigant’. Theatergroep Parels voor de Zwijnen en de Paardenkathedraal hebben hun handen ineen geslagen en maakten voor de zomerfestivals deze voorstelling over het wel en wee van de familie Louters, de oprichters en eigenaars van een dansschool. De speellocatie –de echte dansschool- versterkt de suggestie dat de getoonde scènes uit het leven gegrepen zijn.

Als op een schoolreisje worden we met een bus van festivalhart van Over het IJ naar de locatie gebracht. Daar aangekomen worden we hartelijk welkom geheten en mogen we plaatsnemen in de bankjes van de danszaal. Een band staat al meezingers te spelen en betrekt de zaal meteen bij de voorstelling. De organisatrice van de avond, gespeeld door Henriette ter Riet-Lindeman, deelt programmaboekjes uit. Op deze avond wordt het veertigjarig jubileum van Dansschool Louters gevierd. Iedereen is aanwezig, de voltallige familie Louters bestaande uit opa, dochter, schoonzoon, hun kinderen de dynamische tweeling en verder huisvriendin en organisatrice Trudy, leerlingen en oud-leerlingen.
Afgewisseld met aanstekelijke quick steps, cha cha cha’s en tango’s gedanst door een aantal stijldansparen en de acteurs, worden fragmenten uit het leven van de familie getoond en wordt langzamerhand hun drama pijnlijk duidelijk. De scènes zijn van wisselende kwaliteit. De jubileumsituatie wordt aangegrepen om herinneringen op te halen en clichés niet worden vermeden. Zo worden de strubbelingen tijdens de voorbereidingen voor deze avond getoond, is huisvriendin Trudy wel erg close met zowel schoonzoon Conrad, gespeeld door Herman Bolten, als opa Ben Louters, gespeeld door Frits Lambrechts, en heeft dochter Fien, Saskia Huybrechtse, nog steeds onuitgesproken verdriet om de dood van haar moeder. Deze kleine drama’s worden weinig uitgewerkt en missen daardoor hun impact. Pas als er muziek bij komt, worden de emoties voelbaar: het prachtige duet tussen opa en dochter is daarvan het beste voorbeeld.
Saskia Huybrechtse oprichtster van Parels voor de Zwijnen maakte al eerder voorstellingen op bestaande locaties. Regisseuse Paula Bangels van de Paardenkathedraal heeft in haar eerdere werk ook al getoond interesse te hebben voor de gewone man. Deze combinatie vormt een interessant uitgangspunt voor deze voorstelling, die echter niet helemaal wordt waargemaakt. De bestaande speellocatie werkt ook voor deze voorstelling heel goed. De hele sfeer van een dansschool en de moeite die eigenaars daarvoor moeten doen is onmiddellijk voelbaar. Er is een historie die gevoeld wordt, de triomfen en de teleurstellingen. Het is alleen jammer dat slechts kleine fragmenten van deze gevoelens getoond worden. De tekst van Don Duyns en Alexander de Bruijn wordt in de regie Paula Bangels nauwelijks uitgewerkt. De droom van schoonzoon Conrad voor de Dansgigant om de concurrentie te kunnen verslaan, wordt niet gedeeld door zijn vrouw en niet door opa. Aan het einde van de voorstelling zullen ze er toch over praten. De ontwikkeling die daarvoor plaats heeft moeten vinden in de personages blijft echter grotendeels onzichtbaar.
Toch is het gevoel aanstekelijk: diverse toeschouwers worden aan het slot uitgenodigd om mee te dansen en bij de laatste dans staan heel veel toeschouwers op de dansvloer. Deze voorstelling heeft sfeer en weet de toeschouwer te betrekken, maar mist het drama.


Gezien:
‘De Dansgigant’, Parels voor de Zwijnen i.s.m. De Paardenkathedraal
11 juli 2008, Op locatie Over het IJ festival, Amsterdam
Foto: J. Lensselink